Wie aanschuift voor een warme lunch in Den Haag Wereldhuis, zou zomaar bediend kunnen worden door Jacob (34 jaar). Met een brede lach zet hij borden neer en maakt hij een praatje met bezoekers. Sinds hij hier een aantal jaar geleden voor het eerst aanklopte voor hulp, voelt het Wereldhuis voor hem als thuis.
Jacob leeft zonder verblijfsvergunning in Nederland. Hij behoort tot de groep mensen die al jaren deel uitmaken van onze samenleving, maar door de voorgestelde nieuwe asielwetten strafbaar dreigen te worden. Toch blijft hij optimistisch. ‘Ik omarm positiviteit in mijn leven,’ zegt hij. In zijn geboortedorp in Ghana heeft hij al genoeg negativiteit meegemaakt.
Afgewezen
Jacob groeide op in een klein dorp in Ghana. Zijn jeugd was een tijd van overleven. Van jongs af aan werd hij door zijn gemeenschap afgewezen vanwege zijn herkomst. Hij werd mishandeld en vernederd. Elke ochtend als de zon opkwam, begon hij zijn hart sneller te kloppen. Weer een dag om uitgescholden te worden voor bastard child. Andere kinderen mochten van hun ouders niet met hem spelen omdat ze dachten dat hij vervloekt was. ‘Het voelde alsof ik een ander wezen was,’ zegt hij. ‘Alsof ik niet op deze planeet hoorde.’
Op zijn veertiende, in 2006, besloot hij zijn geboorteplaats voorgoed te verlaten. Jarenlang reisde hij van plek naar plek en probeerde hij een nieuw leven op te bouwen. Eerst in Ghana, daarna in omringende landen: Togo, Burkina Faso, Niger… Maar overal waar hij kwam, voelde hij dezelfde afwijzing zodra mensen naar zijn herkomst vroegen. Hij wist dat hij verder moest.
De tocht die volgde voerde hem door de Sahara naar Libië. Onderweg belandde hij in de handen van mensensmokkelaars en zag hij onvoorstelbaar gruwelijke dingen. De aanblik van levenloze lichamen in de woestijn, van lotgenoten die het niet hadden gehaald, staat nog altijd op zijn netvlies gebrand.
In Libië leek het tij even te keren. Hij kwam te werken bij een lokale boer, die hem met waardigheid en liefde behandelde. Overdag werkte hij tussen de schapen en geiten, ’s avonds at hij met het gezin aan tafel en sliep hij bij hen in huis. Voor het eerst voelde hij zich geaccepteerd. Drie jaar bleef hij bij het gezin, totdat de oplaaiende oorlog hem dwong verder te vluchten.
Hij belandde opnieuw bij mensensmokkelaars die hem naar Europa zouden brengen. ‘We werden vastgehouden in een plaats aan de kust,’ vertelt hij. ‘Daar kregen we zo weinig te eten, dat we enorm veranderden. Zelfs je eigen moeder zou je niet meer herkennen. Nu zie ik dat ze dat deden, zodat er meer mensen in de boten pasten.’
Na een helse tocht over de Middellandse Zee werden Jacob en de andere overlevenden van zijn boot gered door een Noors marineschip dat hen overdroeg aan de Italiaanse kustwacht. ‘Ik was zo gelukkig,’ zegt hij. Dagenlang had hij in een overvolle boot gezeten, gefocust op overleven. Pas nu, vanaf het hoge dek, zag hij de schoonheid van de helderblauwe zee. Het voelde als thuiskomen. Tegelijkertijd bleef de angst knagen. Zou hij ook hier weer worden afgewezen?
Hoop
Veel van de mensen met wie Jacob reisde, hielden het niet vol en maakten onderweg een eind aan hun leven. Hoe hield hij zelf hoop? ‘Het was een zoektocht,’ vertelt hij. ‘Waar zal mijn bestemming zijn? Waar is een plek om uit te rusten, een plek waar ik vrij zal zijn?’ Wat hem kracht gaf, was de gedachte dat hij niet terug wilde naar waar hij vandaan kwam. ‘Toen ik wegging uit mijn land, heb ik mezelf gevonden. Voor het eerst voelde ik me vrij. Dat motiveerde me om door te gaan. Wat voor me ligt wordt beter dan wat achter me ligt.’ Om zijn nek draagt hij een zilverkleurige ketting met in sierlijke letters het woord ‘gelukszoeker’. ‘Iemand vertelde me wat dat woord betekent. En toen dacht ik: ‘Ja, dat ben ik, ik zoek geluk.’
Zijn reis bracht hem ook dichter bij God. Na alles wat hij had overleefd voelde hij sterk: ‘God houdt van mij.’ Hij begon de bijbel te lezen en haalt daar nog altijd kracht uit. ‘In de bijbel zijn het vaak de mensen die afgewezen worden, die overleven en een impact maken op de maatschappij. Alleen God weet met welk doel hij mij gemaakt heeft.’
Afgewezen, opnieuw
Via Italië en Frankrijk kwam hij in 2018 naar Nederland. In Middelburg vond hij vrijwilligerswerk en ontmoette hij mensen die hij zijn ‘Nederlandse familie’ noemt. Hij diende een asielaanvraag in, maar die werd afgewezen omdat hij via Italië de Europese Unie was binnengekomen. Dat was een zware klap. Opnieuw voelde hij de afwijzing uit zijn jeugd.
Uit schaamte vertelde hij er niemand over. Hij vertrok naar Amsterdam en leefde er vijf maanden op straat, midden in de winter. ‘Toen raakte ik mijn menselijke connectie kwijt,’ zegt hij. ‘Veel mensen zonder papieren of mensen die dakloos zijn voelen zich afgewezen door de maatschappij. Hun gedrag verandert, van een normaal mens in een afgewezen mens.’ Hij zag hoe anderen op straat verslaafd raakten of de moed verloren. Zelf was hij ook bijna op dat punt aangekomen, maar het lukte hem om overeind te blijven.
Toen zijn ‘Nederlandse familie’ erachter kwam hoe slecht het met hem ging, haalden ze hem terug en namen hem in huis. Toch vertrok hij na een paar jaar weer. ‘Ik wilde geen last meer zijn.’ Via Ter Apel, Emmen en Groningen kwam hij uiteindelijk in Den Haag terecht.
Dit is mijn plek
Op een dag vroeg hij een politieagent om advies, die hem doorverwees naar Den Haag Wereldhuis. ‘Een van de spreekuurmedewerkers ontving me in haar kantoortje. Ze vertelde me wat het Wereldhuis doet: “We helpen mensen zonder papieren, zij hebben ook rechten.” Ik dacht: Wow! Ik kan naar een dokter, ik heb toegang tot een advocaat. Dit is mijn plek.’ Hij voelde opluchting. ‘Dit is waar ik naar op zoek was. Om net zo behandeld te worden als andere mensen. Om me normaal te voelen.’
Via het Wereldhuis kreeg hij toegang tot medische zorg en een psycholoog. ‘Ik bleef mijn verhaal vertellen. Ik leerde over mezelf. Vroeger voelde ik pijn, dat was pijn uit mijn verleden. Nu voel ik geen pijn meer. Er is verdriet, maar ook zelfvertrouwen en blijdschap.’
Hij begon zijn verhaal ook met de buitenwereld te delen. Hij deed mee aan een gedichtenproject, spreekt op scholen en in kerken, en stond afgelopen zomer met een theaterstuk op het Oerol Festival. ‘Het is goed als mensen niet alleen de vrolijke persoon zien,’ zegt hij. ‘Ze zien mijn blijdschap, maar ik laat ze ook de donkere kant zien.’ Hij wil zichtbaar maken dat verhalen als het zijne bestaan. Dat mensen beseffen wat er achter een glimlach kan schuilgaan. Hij hoopt dat mensen daardoor anders leren kijken, met meer menselijkheid en minder oordeel. ‘Als uit duizend mensen één persoon écht luistert, is dat genoeg. Die kan het weer verder vertellen.’
Leven zonder papieren
Vandaag werkt Jacob informeel in de horeca, de schoonmaak en de bouw. Ook is hij vrijwilliger bij het Wereldhuis en de voedselbank. Maar zonder papieren blijft zijn bestaan onzeker. ‘Het aller pijnlijkste aan ongedocumenteerd zijn is dat niemand naar je luistert. Als iemand misbruik maakt van je situatie is het heel moeilijk om jezelf te verdedigen. Het is alsof je woorden minder waarde hebben.’ Hij vertelt hoe een verhuurder hem dwong uren buiten in de regen te wachten, waarna hij te horen kreeg dat hij binnen drie dagen moest vertrekken. Als zoiets gebeurt, heeft hij geen andere keuze dan het te accepteren.
Hij maakt zich zorgen over het huidige politieke klimaat. Een wetsvoorstel dat illegaal verblijf strafbaar stelt, dreigt het bestaan van mensen zonder papieren nog kwetsbaarder te maken. Toch blijft hij positief. Na alles wat hij heeft meegemaakt is hij dankbaar voor waar hij nu staat. ‘Ik heb mijn plek gevonden, mijn bestemming. Ik heb mensen gevonden die mij omarmen, die als mijn familie zijn geworden. Ik ben hier. En ik ben gelukkig.’
De echte naam van Jacob is bij het Wereldhuis bekend.
Den Haag Wereldhuis is een community voor en door mensen zonder geldige verblijfspapieren. Zij kunnen er terecht voor steun en advies of om elkaar te ontmoeten. Het is een project van Stek, stichting voor stad en kerk.
Arianne Gijsenbergh werkt bij Stek als campaigner voor mensen zonder papieren. Via verhalen en ontmoetingen laat zij zien dat mensen zonder papieren in Den Haag leven en erbij horen.
Marianne Polderman is communicatiemedewerker bij Stek en deelt regelmatig verhalen over de mensen en groepen in de Haagse samenleving voor wie de organisatie zich inzet.